Het college ziet af van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 12 maanden vóór constatering van
die gedraging door het college heeft plaatsgevonden,
tenzij de gedraging een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die
gedraging ten onrechte bijstand is verleend. Een
verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht
wordt niet opgelegd na verloop van 60 maanden nadat de
betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van verlaging indien het daarvoor
dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van verlaging op grond van dringende
redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling
gedaan.
Hoofdstuk
Artikel 6
Afzien van verlaging van de bijstand
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB gemeente Venlo