Tenzij in de verordening anders is bepaald, gaat de verlaging in
met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de
datum waarop het besluit tot verlaging aan de belanghebbende is
bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand
geldende bijstandsnorm.
In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met
terugwerkende kracht worden toegepast, voor zover de bijstand of
de langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald en voor zover de
ingangsdatum daardoor niet voor de datum van de verwijtbare
gedraging komt te liggen.
Daar waar mogelijk is de periode van verlaging van de bijstand
gekoppeld aan de periode gedurende welke de belanghebbende de
aan hem opgelegde verplichtingen, verwijtbaar niet nakomt. De
duur van de verlaging bedraagt echter minimaal de termijnen die
in de hoofdstukken 3 tot en met 5 vermeld staan.
Indien de belanghebbende, binnen 12 maanden nadat de verwijtbare
gedraging zich heeft voorgedaan, wederom zijn verplichtingen
verwijtbaar niet nakomt, worden de minimale termijnen waaraan in
het derde lid wordt gerefereerd en welke in de hoofdstukken 3
tot en met 5 vermeld staan verdubbeld.
Indien de belanghebbende, binnen 12 maanden nadat de laatst
verwijtbare gedraging zich heeft voorgedaan en op grond van het
vierde lid de termijn al werd verdubbeld, wederom zijn
verplichtingen verwijtbaar niet nakomt, wordt de laatst
vastgestelde termijn verdubbeld.
Hoofdstuk
Artikel 7
Ingangsdatum, tijdvak en recidive
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB gemeente Venlo