De erfpachter is verplicht het perceel en de opstal(len) in zodanige staat te houden dat deze de in de notariële akte aangegeven bestemming en het daarin vermelde gebruik van de zaak op behoorlijke wijze kunnen dienen. Daartoe dient de erfpachter het perceel en de opstal(len) in alle opzichten goed te onderhouden en, waar nodig, tijdig te vernieuwen, voor zover in verband met het onderhoud noodzakelijk. Tevens dient de erfpachter zich te onthouden van bodemverontreiniging en alle vereiste maatregelen te nemen ter voorkoming van het ontstaan van bodemverontreiniging. Het is de erfpachter zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente niet toegestaan om handelingen te verrichten die kunnen leiden tot waardevermindering van de zaak. Het is de erfpachter ook niet toegestaan om het perceel en de opstallen geheel of gedeeltelijk langer dan een jaar niet of nagenoeg niet te gebruiken.
De erfpachter is verplicht tot gehele of gedeeltelijke nieuwbouw van de opstal(len) over te gaan indien deze, door welke oorzaak dan ook, zijn teniet gegaan.
Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van de in de leden a en b vermelde onderhouds- en nieuwbouwverplichtingen. Burgemeester en wethouders kunnen, indien zij die vrijstelling verlenen, hieraan voorwaarden en/of een tijdsbepaling verbinden.
Met het oog op de handhaving van de aan de erfpachter opgelegde verplichtingen is de gemeente te allen tijde gerechtigd, voor zoveel mogelijk in overleg met de erfpachter, de zaak met de zich daarop bevindende opstallen en werken met apparatuur te betreden en zowel in- als uitwendig te inspecteren. Hiertoe behoort ook het nemen van monsters van de grond en het grondwater alsmede het daarvoor slaan van peilputten, voor zover dit ter bepaling van de aanwezigheid van eventuele bodem- of grondwaterverontreiniging noodzakelijk of gewenst is.
De erfpachter mag de erfpacht niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk verhuren, verpachten of in ondererfpacht overdragen noch dit recht bezwaren, vervreemden of op enige andere wijze overdragen of toedelen, noch dit recht splitsen door overdracht of toedeling van het recht op een gedeelte van de zaak, zonder dat daarvoor voorafgaand schriftelijke toestemming is verleend door de gemeente. Het voorgaande geldt ook ten aanzien van de appartementsrechten waarin een gebouw na vooraf verkregen toestemming van de gemeente door de erfpachter is gesplitst. Voor vestiging van een recht van hypotheek is geen toestemming van de gemeente vereist. In alle gevallen kunnen aan de vereiste toestemming voorwaarden worden verbonden.
Het bepaalde in lid e is niet van toepassing in geval van executie en openbare of onderhandse verkoop door schuldeisers van de erfpachter, daaronder begrepen de curator in een eventueel faillissement van de erfpachter.
Hoofdstuk
Artikel 13
Onderhoudsplicht
Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden voor bedrijfsterreinen