Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Betaling canon en indexering

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden voor bedrijfsterreinen

De verplichting tot betaling van de canon gaat in 4 weken nadat het besluit tot uitgifte schriftelijk aan de erfpachter is medegedeeld of, bij eerdere ondertekening van de notariële akte, op de dag van die ondertekening. Indien de zaak overeenkomstig artikel 5 lid d vervroegd in gebruik is gegeven gaat de verplichting tot betaling van de canon in op de datum van die ingebruikneming. Uiterlijk op de dag van ondertekening van de notariële akte dient de erfpachter de ingevolge de uitgifte in erfpacht verschuldigde (omzet)belasting aan de gemeente of aan de notaris die de akte verlijdt te hebben voldaan. De canon dient halfjaarlijks op 31 december en 30 juni bij vooruitbetaling te worden voldaan en vervalt op 1 januari en 1 juli van het jaar waarvoor de canon geldt. Indien de canon niet tijdig wordt betaald is een vertragingsrente verschuldigd ter hoogte van 1% per maand of zoveel meer als de wettelijke rente op jaarbasis bedraagt, over het achterstallige bedrag te rekenen vanaf de dag waarop de canon is verschuldigd, waarbij een gedeelte van een maand geldt als een volle maand. Telkens na afloop van een jaar wordt het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente. De canon zal jaarlijks worden aangepast, voor het eerst per 1 januari volgend op het jaar waarop het besluit tot uitgifte werd genomen. De canon zal echter nimmer lager zijn dan de canon die voor het voorafgaande jaar verschuldigd is. De aanpassing van de canon als bedoeld in het vorige lid geschiedt op basis van het BDB - bureau documentatie bouwwezen - indexcijfer reeks bedrijfsgebouwen nieuwbouw op de navolgende wijze: de canon verschuldigd over het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de canon wordt vastgesteld wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarin de teller wordt gevormd door het indexcijfer geldend voor de maand oktober van het eerste jaar voorafgaand aan het jaar waarin de canon wordt vastgesteld, terwijl de noemer wordt gevormd door het indexcijfer geldend voor de maand oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin de canon wordt vastgesteld. Indien de hiervoor bedoelde maatstaven voor de berekening van de herziening komen te ontbreken, zal de gemeente andere soortgelijke maatstaven hanteren voor deze herziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel