**1..** Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
vijf procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie als bedoeld in artikel 9, sub 1;
tien procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie als bedoeld in artikel 9, sub 2;
twintig procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie als bedoeld in artikel 9, sub 3;
Indien de belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie als bedoeld in artikel 9, sub 4 onder a;
honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie als bedoeld in artikel 9, sub 4 onder b, c en d.
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt, met uitzondering van het eerste lid, sub e, verdubbeld, indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, derde lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10.