Naar hoofdinhoud
1.. Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 13 IOAW/IOAZ niet nakomt door informatie, die van belang is voor zijn arbeidsinschakeling en de verlening van de uitkering of de voortzetting daarvan, niet binnen de gestelde termijn te verstrekken, wordt, met toepassing van artikel 17 IOAW/IOAZ ingaande de eerste dag van het verzuim het recht op uitkering opgeschort. 2.. Indien een belanghebbende de in het eerste lid genoemde verplichting niet tijdig nakomt, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 4, eerste lid, een maatregel opgelegd van 10 procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand. 3.. De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 4.. Van het opleggen van de maatregel kan in bijzondere omstandigheden worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel