Naar hoofdinhoud
6.1. Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend en wordt in beginsel steeds stilzwijgend verlengd voor de periode waarvoor de vergunning verleend is, zolang is voldaan aan de voorwaarde gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan. Het college kan bepalen dat een vergunning voor bepaalde tijd wordt verleend zonder de mogelijkheid tot automatische verlenging. 6.2. De strandhuisjesvergunning komt te vervallen na de periode waarvoor deze is verleend en wordt niet stilzwijgend verlengd. 6.3. Een vergunning bevat – voorzover van toepassing – in ieder geval de volgende gegevens: het gebied waarvoor de vergunning geldt; de tijden waarvoor de vergunning geldt; het kenteken of kentekens van het motorvoertuig of van de motorvoertuigen waarvoor de vergunning is verleend, tenzij de vergunning niet op kenteken is verleend; Aan een vergunning worden – voorzover van toepassing – in ieder geval de volgende voorschriften verbonden: de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van het motorvoertuig waarvan het kenteken aan de voorzijde van de vergunning is vermeld, tenzij de vergunning niet op kenteken is verleend; tijdens het parkeren moet de vergunning goed zichtbaar achter de voorruit zijn aangebracht, zodanig dat de voorzijde van de vergunning duidelijk ten genoegen van de parkeercontrole is te lezen, tenzij de vergunning elektronisch is verleend. Een parkeervergunning geldt voor het parkeren van één motorvoertuig op één parkeerapparatuurplaats, danwel belanghebbendenparkeerplaats. 6.4. De vergunning geldt voor het vergunninggebied waarvoor ze zijn verleend dan wel het door het College aan te geven gebied binnen het vergunninggebied. De vergunning kan verleend worden voor meerdere gebieden. De belanghebbendenvergunning is geldig voor het vergunninggebied waarvoor ze is verleend, danwel op de in de vergunning aangegeven plaats of plaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel