Naar hoofdinhoud
8.1.. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of een brommobiel te plaatsen of te laten staan: op een parkeerapparatuurplaats; op een belanghebbendenparkeerplaats; op een gehandicapteparkeerplaats. 8.2.. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd of verhinderd. 8.3.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig of brommobiel te parkeren of geparkeerd te houden: zonder belanghebbendenvergunning; zonder dat het motorvoertuig of brommobiel duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning achter de voorruit van het motorvoertuig/brommobiel dan wel bij gebreke van een voorruit op een anderszins zichtbare plaats; in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 8.4.. Het College kan ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel. 8.5.. Overtreding van het bepaalde in de artikelen 8.1., 8.2. en 8.3. van deze verordening, alsmede het handelen in strijd met de aan de vergunningen verbonden voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 8.6.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen ambtenaren belast.

Rechtspraak bij dit artikel