Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van
de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen
schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig
jaren het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op
de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn
van niet langer dan tien jaren, mits de aanvraag vóór het
verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot
het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming
als begraafplaats zal zijn onttrokken.
Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor
de personen genoemd in artikel 14, eerste lid. Verlening van het
recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien
daarvoor gewichtige redenen bestaan.
In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kan het recht,
als in dit artikel bedoeld, aan een rechtspersoon worden
verleend ten behoeve van de bij het verlenen van het recht aan
te wijzen persoon of personen.