De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
onderhouden of te herstellen, met uitzondering van gemeentewege
aangelegde beplantingen op de urnengraven.
Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of
te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
voorwerpen, of zo nodig de gehele grafbedekking, doen
verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter
beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de
gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht
is.
De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over
de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het
adres van rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
verwijzing naar de mededeling aangebracht.