Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt
gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip
waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf
te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht,
tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend
is. In dat geval delen zij mee wanneer de termijn van uitgifte
gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om
de termijn te verlengen maken zij uiterlijk één jaar voor het
genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming
bekend.
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de
begraafplaatsen.
De rechthebbende op een eigen graf kan bij het college
schriftelijk een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen
verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen
dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De
rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij het
college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
Hoofdstuk
Artikel 20
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen