Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts
toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan
degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
Op aanvraag van de nabestaanden kan het college toestaan, dat
andere personen dan degenen, die met de in het eerste lid
bedoelde werkzaamheden zijn belast, bij deze werkzaamheden
aanwezig zijn.