Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof
tot begraven of de bezorging van as is overlegd aan de
beheerder.
Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien
deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
Begraving of bijzetting in een eigen graf, waarvan de
uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging
van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan
resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de
wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te
worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is
overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel
14, tweede lid.
De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
boven toe afgerond op gehele jaren.
De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
stukken.