De Algemene Grondreserve en zijn componenten dient de basis te vormen voor een gezond Ontwikkelbedrijf nu en in de toekomst. Om een financiële buffer voor risico's in het Ontwikkelbedrijf te hebben, dient de Algemene Grondreserve c.a. minimaal gelijk te zijn aan het vereiste weerstandsvermogen van het Ontwikkelbedrijf. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de eisen van het BBV.
Jaarlijks wordt in de Nota Ontwikkelbedrijf het weerstandsvermogen van het Ontwikkelbedrijf bepaald. Hierbij worden de actuele Algemene Grondreserve (voorzieningen en herwaardering) en de vermogenspositie (toekomstperspectief na afsluiting van alle complexen) afgezet tegen het risicoprofiel van het Ontwikkelbedrijf. Ongeacht de uitkomst moet (conform BBV) de daadwerkelijke Bedrijfsreserve het door de raad vastgestelde minimum niveau hebben.
De Bedrijfsreserve wordt jaarlijks inflatoir bijgesteld.
Op basis van de berekening van het weerstandsvermogen Ontwikkelbedrijf wordt door de raad, bij vaststelling van de Nota Ontwikkelbedrijf, het vereiste weerstandsvermogen Ontwikkelbedrijf vastgesteld.
Indien de Algemene Grondreserve ten opzichte van het weerstandsvermogen Ontwikkelbedrijf onvoldoende is, dan wel het onderdeel Bedrijfsreserve onder het vereiste minimum daalt, zal het college de raad een voorstel doen hoe en op welke termijn de Algemene Grondreserve weer op peil dient te worden gebracht.
Hoofdstuk
Artikel 24
Weerstandsvermogen Ontwikkelbedrijf
Onderdeel van Beheersverordening ontwikkelbedrijf 2009