De gedragingen bedoeld in artikel 20 van de wetten worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 13 van de wetten, voor zover dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering;
Tweede categorie:
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 13 van de wetten, als dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering;
het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Derde categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie voor zover dit niet heeft geleid tot:
het geen doorgang vinden van het re-integratietraject; of
een voortijdige beëindiging van het re-integratietraject.
het zich zeer ernstig misdragen jegens het college en de in zijn opdracht werkende ambtenaren en medewerkers.
Vierde categorie:
het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, als dit heeft geleid tot:
het geen doorgang vinden van het re-integratietraject; of
een voortijdige beëindiging van het re-integratietraject.