Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Hoogte en duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ Opsterland 2010

Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de hoogte en duur van de verlagingen genoemd in dit artikel onderscheidenlijk vastgesteld: Bij een eerste verwijtbare gedraging: vijf procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; tien procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; twintig procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; honderd procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie. Bij recidive: Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie dan wordt: het percentage van de verlaging bij gedragingen uit de eerste, tweede en derde categorie verdubbeld; de periode van de verlaging bij gedragingen uit de vierde categorie verdubbeld. Bij volharding: Bij een derde en volgende verwijtbare gedraging van dezelfde categorie binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging wordt de grondslag voor onbepaalde duur verlaagd tegen het percentage dat bij recidive van toepassing is. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel