Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een verlaging opgelegd van tien procent van de inkomensvoorzieningsnorm.
De duur van de verlaging wordt vastgesteld op een maand.
Bij recidive:
In afwijking van het eerste lid kan het percentage van de verlaging worden verdubbeld indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging.
Bij volharding:
Bij een derde en volgende verwijtbare gedraging als bedoeld in lid 1 binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging als bedoeld in lid 1 wordt een verlaging van de inkomensvoorzieningsnorm opgelegd voor de duur van 12 maanden tegen het percentage dat bij recidive van toepassing.
Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Van een verlaging wordt afgezien:
zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
Artikel 10
Schending inlichtingenplicht met benadeling (tweede categorie)
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren Opsterland 2010