Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Wijze van vaststelling van de loonkostensubsidie

Onderdeel van Verordening Persoonsgebonden Budget Wsw

1.. a. Het college stelt van de geïndiceerde de hoogte van de loonkostensubsidie vast. b.. De aanvrager voegt een voorstel voor de hoogte van de loonkostensubsidie toe bij zijn aanvraag. 2.. De loonkostensubsidie kan zonder meer worden vastgesteld, indien de voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 50% van het bruto loon van de geïndiceerde, en in redelijke overeenstemming is met de indicatiestelling, en het totaal aan loonkostensubsidie, vergoedingen voor de begeleidingskosten en vergoedingen voor aanpassingen aan de werkplek niet meer bedragen dan het voor het persoonsgebonden budget beschikbare bedrag als omschreven in artikel 7, tweede lid, onder b, van de wet. 3.. Wanneer de loonkostensubsidie hoger is dan de grenzen zoals zijn aangegeven in het tweede lid, of wanneer het college gerede twijfel heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie, wordt de aanvrager terugverwezen naar de beoogde werkgever om tot een nieuw voorstel voor loonkostensubsidie te komen, tenzij het voorstel in redelijke overeenstemming is met de indicatiestelling. 4.. Indien ook na toepassing van het derde lid het college gerede twijfel heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie, kan de gemeente een nader onderzoek instellen of laten instellen, en op basis van dat onderzoek een loonkostensubsidie voorstellen. Dit onderzoek kan een loonwaardeonderzoek behelsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel