**1..** Aan het begin van de bespreking van het agendapunt inventariseert de voorzitter of er burgers, vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen of bedrijven zijn die het woord willen voeren over het onderwerp.
**2..** De voorzitter bepaalt de spreektijd.
**3..** Nadat de raads- en carrouselleden en de burgemeester of wethouder het woord hebben gevoerd over het onderwerp, krijgen burgers opnieuw de gelegenheid kort in te spreken over hetgeen tot dan toe in de carrousel is ingebracht.
HOOFDSTUK 3: › Paragraaf 2.1.
Artikel 17
Inspreken burgers
Onderdeel van Reglement van Orde voor de Politieke Markt 2006