Een vertrouwenspersoon heeft tot taak de medewerker die zich met klachten inzake ongewenste omgangsvormen tot hem/haar wendt te ondersteunen en te adviseren. Taakdelen van de vertrouwenspersoon in dit verband zijn:
het fungeren als aanspreekpunt voor medewerkers, die met ongewenste omgangsvormen worden geconfronteerd;
het op verzoek ondernemen van actie gericht op het zoeken naar een oplossing, bijvoorbeeld in de vorm van het bevorderen van overleg ter voorkoming of bestrijding van ongewenste omgangsvormen;
het adviseren omtrent de mogelijkheid en wenselijkheid tot het indienen van een klacht inzake ongewenste omgangsvormen bij de klachtencommissie;
het behulpzaam zijn bij de indiening van een klacht inzake ongewenste omgangsvormen bij de klachtencommissie en de begeleiding in het traject dat daarop volgt;
een schriftelijk ingediende klacht gericht aan de klachtencommissie overeenkomstig artikel 11 door te sturen naar de klachtencommissie;
het doorverwijzen naar externe hulpverleningsinstanties;
het opvangen en verlenen van de nazorg van medewerkers die met ongewenste omgangsvormen zijn geconfronteerd;
het signaleren en adviseren over knelpunten in de uitvoering van het beleid inzake ongewenste omgangsvormen en het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden ter voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen;
het registreren van de aard en de omvang van de klachten inzake ongewenste omgangsvormen;
het opstellen van het jaarverslag inzake meldingen en klachten met betrekking tot ongewenste omgangsvormen alsmede de wijze waarop de vertrouwenspersoon zijn/haar taak heeft uitgeoefend.