Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1

Begrippen

Onderdeel van Gemeentelijke subsidieverordening stadsvernieuwing

1.. Dit hoofdstuk verstaat onder: monument: beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet danwel in de gemeentelijke of provinciale Monumentenverordening; beeldbepalend pand: pand dat als zodanig is aangemerkt op de historisch ruimtelijke waarderingskaart II van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van mei 1979 danwel op de historische kwaliteitskaart van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van april 1977; plan: de opsomming van de te treffen voorzieningen, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens; voorzieningen ten behoeve van restauratie: bouwkundige maatregelen die strekken tot de opheffing van technische gebreken alsmede tot behoud en herstel van monumentale waarde(n) van een monument of beeldbepalend pand; aanvaardbare kosten van de voorzieningen ter opheffing van technische gebreken: de door het college van burgemeester en wethouders op basis van artikel 3.5, eerste lid sub a, genormeerde, goedgekeurde en voor geldelijke steun in aanmerking komende kosten die worden gemaakt ter zake van: 1. de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamhe­den; 2. risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; 3. het architectenhonorarium; 4. de bouwkundige opname, voor zover niet begre­pen in het archi­tectenhono­rarium; 5. de directievoering en het toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden voor zover niet begrepen in het architectenho­norarium; 6.de aansluiting op nutsvoorzieningen; 7. de aanvraag om monumenten- en/of bouwvergunning (leges) en het gebruik van gemeente­grond (precariorech­ten); 8. het renteverlies, voor zover dit rechtstreeks verband houdt met het treffen van de voorzie­ningen; 9. het onderzoek en de advisering op het gebied van constructies of op installa­tie-technisch of bouwfysisch gebied; 10. de administratie voor de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamhe­den; 11. het verkrijgen van een bouwtechnisch garantiecerti­ficaat, welke kosten worden verminderd met eventu­eel ver­kregen of te verkrijgen geldelijke steun ten behoeve van het tref­fen van geluidwe­rende maatrege­len; 12. de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting; 13. het opstellen van het schouwrapport; 14. het opstellen van het onderhoudsplan; 15. een reservering voor kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de onder 1 tot en met 14 genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren; aanvaardbare kosten van de voorzieningen ten behoeve van restauratie: de door het college van burgemeester en wethouders conform de richtlijnen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg goedgekeurde en voor geldelijke steun in aanmerking komende kosten die worden gemaakt terzake van het behoud en herstel van monumentale waarde(n); onderhoudsplan: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 15 jaar nodig worden geacht, om het kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, te handhaven; particuliere huurwoning: huurwoning, niet in eigendom zijnde van een toegelaten instelling als bedoeld in de Woningwet; niet-particuliere huurwoning: huurwoning, in eigendom zijnde van een toegelaten instelling als bedoeld in de Woningwet of daarmee gelijk te stellen instelling; verlenen van geldelijke steun: het besluit van het college van burgemeester en wethouders dat aan de eigenaar van een monument een opschortend voorwaardelijke aanspraak verschaft op een bijdrage in de kosten van de voorzieningen; vaststellen van geldelijke steun: het besluit van het college van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van de verleende geldelijke steun wordt vastgesteld; woningverbeteringscontract: overeenkomst tussen huurder en verhuurder waarin de afspraken zijn vastgelegd over de uitvoering van de werkzaamheden, de eventuele huurverhoging en mogelijke andere gevolgen van het treffen van de voorzieningen; schouwrapport: een rapport over de technische staat van het monument, met een overzicht van alle noodzakelijke ingrepen en een raming van de daarmee gepaard gaande kosten van het monument, opgesteld door een onafhankelijk bouwkundige aan de hand van een door het college van burgemeester en wethouders beschikbaargesteld model. 2.. In dit hoofdstuk wordt mede verstaan onder: eigenaar: 1. de houder van een recht van opstal; 2. de erfpachter; 3. de houder van een appar­te­mentsrecht; 4. de toekomstig eigenaar, houder van een recht van opstal, erfpach­ter, houder van een appar­tementsrecht; woning: een woongebouw of een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte voor permanente bewoning wordt gebruikt of gebruikt gaat worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel