Het college kan een procedureregeling vaststellen ten behoeve van
een goede uitvoering van de coördinatieregeling.
De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke periode
aanvragen moeten worden ingediend om voor coördinatie in aanmerking
te kunnen komen; de procedure kan bepalen hoe het college toepassing
geeft aan artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht.
Zolang het college geen regeling als bedoeld in het eerste lid heeft
vastgesteld, is, aanvullend op de artikelen 3.30 tot en met 3.32 van
de Wet ruimtelijke ordening en op deze verordening, § 3.5.3 van
Afdeling 3.5 'Samenhangende besluiten' van de Algemene wet
bestuursrecht van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.28
en 3.29 van die wet.
Bij de toepassing van lid c is het college het aangewezen
coördinerend orgaan als bedoeld in artikel 3.22 van de Algemene wet
bestuursrecht.
Als de gemeenteraad heeft besloten dat het wenselijk is dat de
coördinatieregeling wordt toegepast in een of meer andere gevallen
dan de gevallen die op grond van deze verordening mogelijk zijn,
zijn de leden a tot en met d van toepassing op de voorbereiding van
de besluiten die behoren bij die gevallen.