Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Procedureregeling

Onderdeel van Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening

Het college kan een procedureregeling vaststellen ten behoeve van een goede uitvoering van de coördinatieregeling. De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke periode aanvragen moeten worden ingediend om voor coördinatie in aanmerking te kunnen komen; de procedure kan bepalen hoe het college toepassing geeft aan artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht. Zolang het college geen regeling als bedoeld in het eerste lid heeft vastgesteld, is, aanvullend op de artikelen 3.30 tot en met 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening en op deze verordening, § 3.5.3 van Afdeling 3.5 'Samenhangende besluiten' van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.28 en 3.29 van die wet. Bij de toepassing van lid c is het college het aangewezen coördinerend orgaan als bedoeld in artikel 3.22 van de Algemene wet bestuursrecht. Als de gemeenteraad heeft besloten dat het wenselijk is dat de coördinatieregeling wordt toegepast in een of meer andere gevallen dan de gevallen die op grond van deze verordening mogelijk zijn, zijn de leden a tot en met d van toepassing op de voorbereiding van de besluiten die behoren bij die gevallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel