Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de commissie cultuurhistorie Doetinchem 2009

1.. Na de opening van een vergadering kunnen aanwezige burgers gedurende in totaal maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Het woord kan niet worden gevoerd over: een besluit waartegen een bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van een vergadering aan de secretaris. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 3.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van deze volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel