• - De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
  • - De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en
    • - de alleenstaande of alleenstaande ouder niet kan worden aangemerkt als verzorgingsbehoevende;
    • - de alleenstaande of alleenstaande ouder een lagere bijdrage in de woonlasten levert dan bedoeld in artikel 1, lid 3 onder c.

.