Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren
in de commissievergadering.
Het woord kan niet gevoerd worden over:a. benoemingen,
keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;b.
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
ingediend;c. niet-geagendeerde onderwerpen.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt
dit voor de aanvang van de vergadering aan de griffier.
Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer
en het onderwerp, waarover hij het woord wil
voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van
aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken,
indien dit in het belang is van de orde van de
vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie
plaats tussen een inspreker en deelnemers van de
vergadering.
De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de
behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Eersel 2011