De leden van de cliëntenraad worden benoemd voor een periode van
vier jaar vanaf het moment van aanstelling. Hierna kunnen zij
eenmaal worden herbenoemd.
De cliëntenraad stelt een rooster van aftreden op.
Het lidmaatschap eindigt:
• op verzoek van het betreffende lid;
• als de periode verstreken is en het lid niet voor herbenoeming in
aanmerking komt;
• op het moment dat degene in wiens plaats een lid is benoemd, zou
aftreden;
• door overlijden van het lid.
Tot beëindiging van het lidmaatschap wordt overgegaan:
• indien het lid handelt in strijd met deze verordening;
• wanneer het lid herhaaldelijk (verwijtbaar) verzuimt aan vergaderingen
deel te nemen;
• als het lid spreekt namens de cliëntenraad zonder machtiging daartoe;
• bij het schenden van expliciet afgesproken geheimhouding;
• bij herhaaldelijke verstoring van de vergaderorde.
De beëindiging van het lidmaatschap kan plaatsvinden:
• nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld zich door de
cliëntenraad te laten horen;
• op voorstel van de cliëntenraad met meerderheid van stemmen en met redenen
omkleed aan het college.
Het college kan, op voorstel van de cliëntenraad, indien dit niet langer
voldoende vertrouwen in het functioneren van de voorzitter heeft, en gehoord
de betrokkene, de benoeming intrekken.