Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2008

1.. Burgers kunnen tijdens de vergadering het woord voeren in maximaal 5 minuten. Insprekers kunnen zich tot aanvang van de vergadering melden bij de griffier als inspreker. Bij veel insprekers kan de voorzitter de duur van het inspreken beperken. Het inspreken geschiedt, nadat de voorzitter het woord heeft verleend. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Aan het begin van de vergadering krijgen insprekers het woord over onderwerpen, die niet op de agenda staan, maar wel behoren tot het taakgebied van de raadscommissie. 4.. Bij het inspreken bij een agendapunt bepaalt de voorzitter in overleg met de commissie wanneer de inspreker het woord krijgt tijdens het agendapunt. Na de inspraak krijgen de commissieleden de gelegenheid om aan de inspreker vragen te stellen. De inspreker antwoordt direct en richt zich daarbij tot de voorzitter. 5.. Dit artikel is niet van toepassing op het horen als bedoeld in artikel 3, onder d.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel