Het afdelingshoofd voert regelmatig overleg met de
portefeuillehouder over:
wat in het hoofdenoverleg, afdelingsoverleg en in het
bestuur besproken of besloten is;
het voorbereidingen van zaken die op korte termijn voor
een besluit in aanmerking komen;
de voortgang en planning van diverse zaken van de
afdeling/portefeuille;
bespreking van zaken die in het kader van mandatering
problemen geven;
het bespreken van nieuwe zaken voor de
afdeling/portefeuille.
Het overleg vindt minstens éénmaal per twee weken
plaats.
Van het overleg maakt het afdelingshoofd een kort
verslag. Een kopie van het verslag wordt ter hand
gesteld aan de deelnemers van het hoofdenoverleg- en
afdelingsoverleg en aan burgemeester en wethouders, met
vermelding van de punten die naar het oordeel van de
portefeuillehouder en het afdelingshoofd in het
hoofdenoverleg aan de orde moeten worden gesteld.
Hoofdstuk V
Artikel 14.
Overlegafdelingshoofd met portefeuillehouder
Onderdeel van Organisatieverordening