Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 9.

Verhouding tot de afdeling

Onderdeel van Organisatieverordening

Het hoofd van de afdeling heeft de leiding over de onder hem ressorterende afdeling. Het hoofd is verantwoordelijk voor een goede coördinatie binnen de afdeling, zowel voor de voorbereiding als voor de uitvoering, als voor de inhoudelijke advisering via de gemeentesecretaris aan het gemeentebestuur. Het hoofd heeft binnen de afdeling de zorg voor een goede taakverdeling tussen de medewerkers. Basis voor deze taakverdeling is de functiebeschrijving, zoals die door burgemeester en wethouders is vastgesteld. Het afdelingshoofd draagt er zorg voor dat specifieke taken, door het bestuur opgedragen aan een ambtenaar van diens afdeling, naar behoren worden en kunnen worden vervuld. Het afdelingshoofd heeft de zorg voor en goed functionerend afdelingsoverleg. Het afdelingshoofd heeft de zorg voor het personeel van de afdeling en is de eerst aangewezene voor de juiste en tijdige advisering over de personeelsbezetting, de bewaking van de voortgang en de kwaliteit van de aangeboden diensten. Verder is hij de eerst aangewezene om de medewerkers te stimuleren, te instrueren en zonodig te corrigeren alsmede om met de medewerker van de afdeling gesprekken te voeren over klachten, problemen, beoordelingen en andere aangelegenheden. Hij is tevens de eerste beoordelaar van zijn personeel. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels voor het houden van personeels-beoordelingen. Tevens draagt hij zorg voor het jaarlijks houden van functioneringsgesprekken. Hij neemt deel aan alle gesprekken met sollicitanten naar functies binnen de afdeling. Het afdelingshoofd neemt als adviseur of anderszins deel aan vergaderingen van (delen van) de raadscommissie(s) voor het werkterrein van de afdeling. Het afdelingshoofd houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen op het werkterrein van de afdeling en draagt er zorg voor en ziet erop toe dat zijn medewerkers eveneens de ontwikkelingen blijven volgen.

Rechtspraak bij dit artikel