Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van hoofdstuk 3 van de wetten worden onderscheiden in de volgende categorieën:
1.
Categorie 1:
Het niet als werkzoekende geregistreerd staan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en als zodanig geregistreerd blijven, indien belanghebbende dat recht toekomt op grond van artikel 30 b, lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
2.
Categorie 2:
het zonder opgave van reden of zonder verschoonbare reden niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een andere door het college noodzakelijk geacht en aangeboden voorziening (arbeidsinschakeling, scholing of zorgtraject), voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject.
3.
Categorie 3:
a. het in de periode voorafgaand aan de uitkering en/of gedurende de periode dat men een uitkering ontvangt niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
b. het zonder opgave van reden of zonder verschoonbare reden niet of het onvoldoende nakomen van de verplichting tot het gebruik maken van een door het college noodzakelijke geachte en
aangeboden voorziening (arbeidsinschakeling, scholing of zorgtraject), als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van deze voorziening.
4.
a.beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; b. beëindiging van de dienstbetrekking op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
c. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
d.het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid.