Onverminderd artikel 2, tweede lid en met toepassing van artikel 6 derde lid, wordt de verlaging op grond van artikel 8 vastgesteld op:
a.
5% van de grondslag gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen in categorie 1.
b.
35% van de grondslag gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen in categorie 2.
c.
50% van de grondslag gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen in categorie 3.
d.
100% van de grondslag gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen in categorie 4.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAZ/IOAW