Deze verordening verstaat onder:
Archeologisch terrein of vindplaats:
Een terrein waarvan bekend is dat er in het verleden archeologische vondsten
zijn gedaan.
College:
Het college van burgemeester en wethouders.
Gemeentelijk monument:
Van algemeen belang zijnde onroerende zaken die bij besluit van de
gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders als gemeentelijk
monument zijn aangewezen.
Rijksmonument:
Onroerende monumenten, die zijn ingeschreven in de ingevolge de
Monumentenwet 1988 vastgestelde registers.
Niet-rendabel rijksmonument:
Een rijksmonument dat uit de aard der zaak niet op een rendabele wijze
geëxploiteerd kan worden.
Beschermd stads- c.q. dorpsgezicht:
Stads- c.q. dorpsgezicht dat als zodanig ingevolge artikel 35 van de
Monumentenwet 1988 is aangewezen.
Casco:
De muren en de kap inclusief de fundering. Hiertoe worden ook de
buitenafwerking en de ramen, vensters, kozijnen en deuren in de buitenmuren
gerekend.
Commissie Beeldkwaliteit:
De in hoofdstuk 3 bedoelde en in de Verordening op de Commissie
Beeldkwaliteit voorziene commissie.
Eigenaar:
De natuurlijke persoon of rechtspersoon, die het recht van eigendom dan wel
een ander zakelijk recht heeft op een monument.
Subsidiabele kosten:
De voor een subsidie in aanmerking komende kosten zoals beschreven in
hoofdstuk 4 van deze verordening.
Subsidieplafond:
Het door het college voor het verlenen van subsidies in het kader van deze
verordening bestemde deel van het door de raad beschikbaar gestelde bedrag
voor het uitvoeren van monumenten- en archeologiebeleid.
Technische omschrijving:
Een beschrijving van de geplande werkzaamheden waaruit blijkt:
waarom ze noodzakelijk zijn (eventueel geïllustreerd met
foto’s);
hoe en met welke materialen ze worden uitgevoerd.
Vakafdeling:
De afdeling binnen de gemeentelijke organisatie welke belast is met het
beleid op het gebied van monumentenzorg.
Omgevingsvergunning:
Een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Bevoegd gezag:
Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.