Naar hoofdinhoud

Monumenten- & Archeologieverordening 2010

40 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1.Definities
  2. Art. 2.gebruik van het monument en/of beschermd stads- c.q. dorpsgezicht
  3. Art. 3.Wat kan er worden aangewezen tot gemeentelijk monument?
  4. Art. 4.Een aanvraag tot aanwijzing
  5. Art. 5.De aanwijzingsprocedure
  6. Art. 6.Bescherming in afwachting van een besluit.
  7. Art. 7.Het is verboden ...
  8. Art. 8.De aanvraag van een vergunning
  9. Art. 9.Een kerkelijk monumen
  10. Art. 10.Aan een vergunning verbonden voorschriften
  11. Art. 11.Intrekken van een vergunning
  12. Art. 12.Cultuurhistorische analyse
  13. Art. 13.Adviescommissie
  14. Art. 14.Kosten aan een gemeentelijk- of een niet-rendabel rijksmonument
  15. Art. 15.Welke werkzaamheden en tot welk maximum
  16. Art. 16.Zelfwerkzaamheid
  17. Art. 17.Stapeling van subsidies
  18. Art. 18.Hoe een aanvraag in te dienen
  19. Art. 19.Wanneer kunnen aanvragen worden ingediend?
  20. Art. 20.Beslissing op de aanvraag
  21. Art. 21.Wanneer wordt subsidie niet toegekend?
  22. Art. 22.Toestemming om alvast te mogen beginnen
  23. Art. 23.Begin en einde van de werkzaamheden
  24. Art. 24.De gemeente krijgt geen subsidie
  25. Art. 25.Voorschotten
  26. Art. 26.Subsidievaststelling
  27. Art. 27.Toezicht
  28. Art. 28.Kettingbeding
  29. Art. 29.Nadere voorwaarden
  30. Art. 30.Subsidieplafond
  31. Art. 31.Archeologie in de bestemmingsplannen
  32. Art. 32.Verplichting tot archeologisch onderzoek
  33. Art. 33.Uitzonderingen op de verplichting tot archeologisch onderzoek
  34. Art. 34.Het Bestemmingsplan voor de Binnenstad
  35. Art. 35.Opsporing
  36. Art. 36.Terugvordering subsidie
  37. Art. 37.Hardheidsclausule
  38. Art. 38.Overgangsrecht
  39. Art. 39.Inwerkingtreding
  40. Art. 40.Aanhaling