De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel
10, niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig
hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te
wegen.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.
Artikel 11.
Intrekken van een vergunning
Onderdeel van Monumenten- & Archeologieverordening 2010