Binnen drie maanden na het einde van de werkzaamheden zendt de
aanvrager kopieën van de rekeningen van de gesubsidieerde kosten aan
het college;
De in lid 1 genoemde rekeningen dienen eenduidig herleid te kunnen
worden naar de begroting, op basis waarvan de subsidie is
verleend;
Het college stelt uiterlijk zes weken na ontvangst van de in het
eerste lid genoemde bescheiden de subsidie vast naar aanleiding van
de in het eerste lid genoemde rekeningen;
Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste lid
genoemde bescheiden lager blijken te zijn dan de in de bij de
subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie naar rato
verlaagd worden;
Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste lid
genoemde bescheiden hoger blijken te zijn dan de in de bij de
subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie niet verhoogd
worden;
Uitbetaling van de subsidie vindt uiterlijk zes weken na
vaststelling van de subsidie plaats.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 3.
Artikel 26.
Subsidievaststelling
Onderdeel van Monumenten- & Archeologieverordening 2010