De opsporing van de in artikel 13 strafbaar gestelde feiten is,
naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met de
zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld;
Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit
vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten
ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen
de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan
hen die en voorzover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het
toezicht op de naleving van deze verordening.