Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 1.

Artikel 5.

De aanwijzingsprocedure

Onderdeel van Monumenten- & Archeologieverordening 2010

Het college doet binnen tien werkdagen mededeling van het voornemen tot het nemen van het in art. 3, lid 1 genoemd besluit aan degenen die in de kadastrale registers als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld en binnen dertig werkdagen aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers; het college wint naar aanleiding van aanvragen om aanwijzing tot gemeentelijk monument het advies van de gemeentelijke vakafdeling in; Het college neemt met betrekking tot kerkelijke monumenten geen beslissing tot aanwijzing tot gemeentelijk monument dan na overleg met de eigenaar; Het college neemt binnen zes weken nadat de mededeling als bedoeld in lid 1 is verzonden een beslissing. Het college kan zijn besluit eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen; Een redengevende omschrijving maakt onderdeel uit van een besluit omtrent aanwijzing tot gemeentelijk monument. Deze redengevende omschrijving omvat de plaatselijke aanduiding, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het beschermde monument met een exacte omschrijving van de omvang van de bescherming alsmede een op de in art. 3, lid 2 en 3 genoemde criteria gebaseerde motivatie daarvan; Het college kan ambtshalve of op aanvraag van belanghebbenden in een redengevende omschrijving wijzigingen aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van de leden 1 tot en met 3, achterwege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel