Het college doet binnen tien werkdagen mededeling van het voornemen
tot het nemen van het in art. 3, lid 1 genoemd besluit aan degenen
die in de kadastrale registers als eigenaar en beperkt gerechtigde
staan vermeld en binnen dertig werkdagen aan de ingeschreven
hypothecaire schuldeisers;
het college wint naar aanleiding van aanvragen om aanwijzing tot
gemeentelijk monument het advies van de gemeentelijke vakafdeling
in;
Het college neemt met betrekking tot kerkelijke monumenten geen
beslissing tot aanwijzing tot gemeentelijk monument dan na overleg
met de eigenaar;
Het college neemt binnen zes weken nadat de mededeling als bedoeld
in lid 1 is verzonden een beslissing. Het college kan zijn besluit
eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen;
Een redengevende omschrijving maakt onderdeel uit van een besluit
omtrent aanwijzing tot gemeentelijk monument. Deze redengevende
omschrijving omvat de plaatselijke aanduiding, de kadastrale
aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het beschermde
monument met een exacte omschrijving van de omvang van de
bescherming alsmede een op de in art. 3, lid 2 en 3 genoemde
criteria gebaseerde motivatie daarvan;
Het college kan ambtshalve of op aanvraag van belanghebbenden in een
redengevende omschrijving wijzigingen aanbrengen. Indien de
wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte
betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de
inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft
overeenkomstige toepassing van de leden 1 tot en met 3,
achterwege.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 1.
Artikel 5.
De aanwijzingsprocedure
Onderdeel van Monumenten- & Archeologieverordening 2010