Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 11

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening inburgering 2007

1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,00 (maximaal 250) indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2.Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende boetes: a. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 (max 500) indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet b. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 (max 500) indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald; 3.Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een handhavingsverplichting heeft, gelden de volgende boetes: a. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 5.Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen,wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel