1.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
2. Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod voor een
inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende boetes:
a. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 11, tweede lid onder a
van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige
zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding
opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding;
b. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige
niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald;
3. Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is voor zijn inburgering maar
voor wie de gemeente een handhavingsverplichting heeft, gelden de volgende boetes:
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige
niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald;
4. Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het daarvoor dringende
redenen aanwezig acht.
5. Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen,
wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 12
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening inburgering 2007