Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening 2010

In deze afdeling wordt verstaan onder: houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken en een beplanting van bosplantsoen; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; bos: een rij of groep bomen met een bij volle wasdom intredende of ingetreden aaneengesloten kronendak, die meer dan 10 are oppervlakte beslaat of in het geval van rijbeplantingen bestaat uit meer dan 20 bomen, met uitzondering van erven en tuinen; bomenlaan: een weg of pad met aan weerszijden een begeleidende beplanting van overwegend homogene boomsoorten die op rij en in een vast plantverband staat, waardoor deze een op zichzelf staand geheel vormt binnen haar omgeving, mits deze beplanting (gerekend over het totaal aantal rijen) 20 bomen of meer bevat. vellen: kappen of rooien van houtopstand, met inbegrip van verplanten en afzetten, het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; knotten of kandelaberen: het tot op de oude groeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; waardevolle boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving. beeldbepalendheid: indien voor een normaal handelend weggebruiker de habitus, oftewel het verschijningsbeeld, van houtopstand vanaf openbaar terrein voor tenminste 75% van de totale habitus zichtbaar is; boomwaarde: de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde wijze waarop de waarde van bomen wordt bepaald. De boomwaarde wordt uitgedrukt in het produkt van de volgende factoren: de oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede van de stam op 1.30 meter boven het maaiveld; de geïndexeerde eenheidsprijs per cm²; de standplaatswaarde; de conditiewaarde; de waarde van de plantwijze; omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, lid 1, sub g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel