**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
**2..** Het in het eerste lid van dit artikel genoemde verbod geldt niet voor:
de boomsoorten eik, beuk, linde, es, esdoorn, kastanje, berk, grove den, knotboom en gemeentelijke bomen met een stamomtrek minder dan 65 centimeter op 1,30 meter boven het maaiveld;
voor alle overige boomsoorten met een stamomtrek minder dan 120 centimeter op 1,30 meter boven het maaiveld;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten van of kandelaberen als cultuurmaatregel van reeds eerder afgezette en daarvoor geschikte boomsoorten;
houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij deze houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20;
houtopstand, die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving op last van het college van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 9, 11 en 14 deze verordening;
houtopstand, die moet worden geveld in het kader van besluiten tot wijziging van een planologisch regime, waarbij een integrale afweging is gemaakt en deze expliciet in de toelichting op dergelijke besluiten is opgenomen;
**3..** Uitzondering op hetgeen is bepaald in lid 2, onder a en b van dit artikel is dat het kapverbod van toepassing blijft op bomen die ter uitvoering van een herplantplicht zijn geplant.
**4..** Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod geldt eveneens niet voor houtopstanden, die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd, indien het betreft:
populieren en wilgen als wegbeplantingen en beplantingen op één rij op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed.