Naar hoofdinhoud
Deze beleidsregels verstaan onder: Uitwegvergunning: een vergunning om een uitweg (in-/uitrit) te maken naar de openbare weg, of om van de openbare weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg. Van een uitweg is in het algemeen sprake als het gaat om een in-/uitrit die is bedoeld voor gebruik door een motorvoertuig. Voor het hebben van smalle looppaden, tuinpaden en dergelijke, die uitsluitend bestemd zijn voor beperkt gebruik door voetgangers en die vanaf een particulier erf rechtstreeks aansluiting geven op een openbaar trottoir (dus niet uitmonden in een berm of platsoen), is in het algemeen geen uitwegvergunning vereist (dit laat onverlet dat een pad mogelijk niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan). Weigeringsgronden: de in artikel 2.1.5.3 van de Algemene plaatselijke verordening genoemde limitatieve weigeringsgronden waarop burgemeester en wethouders een aanvraag om uitwegvergunning kunnen weigeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel