Naar hoofdinhoud

Artikel 5

– de bescherming van groenvoorzieningen in de omgeving (2.1.5.3 lid 3 d)

Onderdeel van Beleidsregels voor het verlenen van uitwegvergunningen Bloemendaal 2008

Bij deze beoordeling wordt gekeken of bestaande groenvoorzieningen door de uitrit aangetast zouden worden. a.De bestaande openbare groenstructuur mag niet worden aangetast of in negatieve zin worden veranderd. Onder de openbare groenstructuur vallen zowel de bestaande beplantingen als bomenlanen. Onder beplanting wordt zowel een sierbeplanting als een bosplantsoen verstaan. Bij een bomenlaan is sprake van bomen (meestal van dezelfde soort) die op gelijke afstand van elkaar geplant zijn. Het tijdelijk uitvallen van een laanboom betekent nog niet dat op die onderbreking een uitweg aangelegd kan worden. De verharding van een uitweg moet op minimaal 2 meter afstand van de stamvoet van een laanboom blijven. Bij de aanleg van een uitweg mogen geen boomwortels dikker dan 2 cm worden beschadigt en/of weggehakt. Bij de aanleg van een uitweg mag geen grondophoging van meer dan 15 cm plaatsvinden onder de kroon van een laanboom. Het willen maken van een tweede uitweg bij hetzelfde perceel levert geen indicatie op voor het verlenen van een eventueel noodzakelijke kapvergunning.

Rechtspraak bij dit artikel