Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 16.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2010

1.. De hoogte en duur van de maatregel ingevolge artikel 14 en 15 wordt vastgesteld op: 5% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie; 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de tweede categorie; 50% van de bijzondere bijstand ingevolge artikel 12 van de wet gedurende één maand bij een gedraging van de derde categorie; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de vierde categorie. 2.. In afwijking van het eerste lid onder d is de hoogte van de maatregel bij een gedraging als bedoeld in artikel 14, derde lid, onder h, gelijk aan de hoogte van de vergoeding die belanghebbende zou hebben ontvangen als hij wel een verplichte basisverzekering op grond van de Zorgverzekeringswet zou hebben afgesloten. 3.. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 4.. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt door het college aan belanghebbende een maatregel opgelegd van maximaal honderd procent van de bijstand gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel