**1..** De hoogte en duur van de maatregel ingevolge artikel 14 en 15 wordt
vastgesteld op:
5% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de tweede categorie;
50% van de bijzondere bijstand ingevolge artikel 12 van de
wet gedurende één maand bij een gedraging van de derde
categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de vierde categorie.
**2..** In afwijking van het eerste lid onder d is de hoogte van de
maatregel bij een gedraging als bedoeld in artikel 14, derde lid,
onder h, gelijk aan de hoogte van de vergoeding die belanghebbende
zou hebben ontvangen als hij wel een verplichte basisverzekering op
grond van de Zorgverzekeringswet zou hebben afgesloten.
**3..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is
opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
**4..** Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit
waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid
belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een verwijtbare
gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt door het
college aan belanghebbende een maatregel opgelegd van maximaal
honderd procent van de bijstand gedurende maximaal drie maanden. Met
een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld
het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen,
bedoeld in artikel 5, tweede lid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2010