Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 17.

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2010

1.. Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van vijftigprocent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 2.. Onder zeer ernstige misdraging tegenover het college of zijn ambtenaren onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, wordt onder andere verstaan: extreem verbaal geweld; discriminatie; ernstige intimidatie (uitoefenen van psychische druk); zaakgericht fysiek geweld (vernielingen); mensgericht fysiek geweld; overige/combinatie van agressievormen. 4.. De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in het eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 5.. Indien er sprake is van recidive zoals genoemd in het derde lid dan kan de cliënt de toegang tot het Werkplein Steenwijk worden ontzegd door het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel