Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 14

Verantwoording bij subsidie vanaf

Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING SMALLINGERLAND 2009

€ 50.000 Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd, dient de subsidieontvanger binnen 4 maanden na afloop van het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend de volgende bescheiden in bij het college: een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden baten en lasten (financieel verslag of jaarrekening); een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop; een accountantsverklaring, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel. De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een accountantsverklaring. De controle richt zich op de getrouwheid van de verantwoordingsinformatie. Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop zij geïnformeerd wil worden over de in artikel 11, eerste lid, onder b genoemde aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke baten en lasten van de begrote baten en lasten. Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen. Het college kan besluiten dat de verplichtingen zoals neergelegd in het eerste lid, onder d van dit artikel, voor een bepaalde categorie subsidieontvangers niet gelden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel