**1..** Een ontvanger van een structurele subsidie van meer dan € 5.000,-- behoeft de toestemming van het college voor:
het oprichten van dan wel deelnemen in een andere rechtspersoon;
het wijzigen van de statuten;
het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede worden verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaren van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworden door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidiegelden;
het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij zij zich als borg of als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
het ontbinden van de rechtspersoon;
het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van betaling;
**2..** Het college beslist binnen acht weken omtrent de toestemming.
**3..** Het college kan bij de subsidieverlening bepalen, dat lid 1 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
Hoofdstuk 2
Artikel 15
Toestemmingsvereiste
Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING SMALLINGERLAND 2009