**1..** Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of in een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder m en n de bodem dieper te verstoren dan is toegestaan volgens de uitgangspunten van het archeologisch beleid, als weergegeven op gemeentelijke archeologische beleidskaart.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:
in het bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg en dit bestemmingsplan is vastgesteld na vaststelling van deze verordening en van de archeologische beleidskaart;
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 5
Artikel 17
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2010