In beginsel is een huisbezoek altijd toegestaan mits met toestemming van de (hoofd)bewoner. Een medewerker is verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het binnentreden (artikel 1 Abwi).
Artikel 12 van de Grondwet zegt dat binnentreden in een woning tegen de wil van een bewoner alleen geoorloofd is in de gevallen bij of krachtens wet bepaald. Voorbeeld hiervan is de Awbi. Hierin staat dat het binnentreden van een woning tegen de wil van de bewoner alleen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek is toegestaan in bijzondere gevallen. Bijvoorbeeld als hiervoor een machtiging van de Officier van Justitie is afgegeven.
Een medewerker belast met de uitvoering van de WWB heeft deze bevoegdheden niet en mag dus nooit tegen de wil van een belanghebbende een woning binnengaan. Als er toch wordt binnen getreden tegen de wil van de bewoner is er sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) en kan er ook sprake zijn van ´ambtelijke huisvredebreuk´ (artikel 370 van het Wetboek van Strafrecht).
3.4.1 Informed consent
Uit artikel 8 EVRM volgt dat als de belanghebbende vrijwillig toestemming geeft tot binnentreden van de woning er geen sprake is van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De toestemming moet op basis van vrijwilligheid zijn verleend en op basis van ´informed consent´.
Dit houdt in dat toestemming door een belanghebbende gebaseerd moet zijn op volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek en over de gevolgen die het weigeren van toestemming voor de verlening van de bijstand heeft.
Belanghebbende moet eveneens meegedeeld worden dat hij niet gedwongen kan worden om de betreffende medewerkers in zijn woning binnen te laten.
3.4.2 Weigering toestemming huisbezoek
Een belanghebbende kan en mag de medewerking aan een huisbezoek weigeren. Bij het weigeren van een huisbezoek hoeft géén hersteltermijn gegeven te worden omdat een hersteltermijn de belanghebbende in de gelegenheid zou stellen de situatie aan te passen aan de door hem gewenste.
De consequentie van het weigeren van een huisbezoek is afhankelijk van het bestaan van een concrete aanleiding voor het huisbezoek. Hiervoor wordt verwezen naar de volgende paragraaf.