Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Anonieme tips en risicoprofielen

Onderdeel van Protocol Huisbezoeken

De CRvB heeft zijn vaste rechtspraak in een uitspraak op 24 november 2009 bevestigd en aangegeven dat een anonieme tip over de woon- en leefsituatie van degene die een uitkering aanvraagt of ontvangt geen redelijke grond vormt voor het afleggen van een huisbezoek. Een dergelijke tip kan (concreet en voldoende onderbouwd) wel aanleiding vormen voor het instellen van een nader onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. In dat geval moet eerst worden bezien of gebruik kan worden gemaakt van voor belanghebbende minder ingrijpende onderzoeksmiddelen dan een huisbezoek. Levert een onderzoek concrete objectieve feiten en omstandigheden op, die twijfel doen rijzen over de juistheid van de eerder over de woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen, dan ontstaat een redelijke grond voor een huisbezoek. Uit de uitspraak van de CRvB blijkt dat risicoprofielen niet per definitie leiden tot een gerede grond op basis waarvan de woonsituatie gecontroleerd kan worden mét de dreiging van mogelijke consequenties. Er zijn profielen denkbaar waarbij voldoen aan het profiel wél voldoende oplevert om tot gerede twijfel te komen. Als voorbeeld de 2-kamerwoning met een (te) groot aantal ingeschreven bewoners. Bijlage 1: Schematische weergave met bijbehorende jurisprudentie Bijlage 2: Formulier toestemming huisbezoek Bijlage 3 Relevante wetsartikelen Het afleggen van een huisbezoek betekent een ingrijpende inbreuk op de privacy van de klant. Daarom heeft de wetgever in verschillende wetten bepalingen opgenomen ter bescherming van die privacy van de klant. De belangrijkste artikelen zijn opgenomen in deze bijlage. Artikel 8 EVRM- Recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Artikel 10 Grondwet- Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoongegevens. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens. Artikel 12 Grondwet- Binnentreden woningen Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Artikel 1 Awbi- Legitimatieplicht Degene die bij of krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare feiten of enig ander onderzoek, met de uitvoering van een wettelijk voorschrift of met het toezicht op naleving daarvan, dan wel een bevoegdheid tot vrijheidsbeneming uitoefent, en dit uit dien hoofde in een woning binnentreedt, is verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Indien twee of meer personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze verplichtingen slechts op degene die bij het binnentreden de leiding heeft. Een persoon in dienst van een bestuursorgaan die zich ingevolge het eerste lid legitimeert, toont een legitimatiebewijs dat is uitgegeven door of in opdracht van het bestuursorgaan. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de houder en vermeldt dienst naam en hoedanigheid. Indien de veiligheid van de houder van het legitimatiebewijs vordert dat zijn identiteit verborgen blijft, kan in plaats van zijn naam zijn nummer worden vermeld. De persoon, bedoeld in het eerste lid, die met toestemming van de bewoner wenst binnen te treden, vraagt voorafgaand aan het binnentreden dienst toestemming. Die toestemming moet blijken aan degene die wenst binnen te treden. Artikel 370 Wetboek van Strafrecht- Onrechtmatige binnentreding De ambtenaar die, met overschrijding van zijn bevoegdheid of zonder inachtneming van de bij de wet bepaalde vormen, in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, diens ondanks binnentreedt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. Artikel 17 WWB- Inlichtingenplicht De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. De belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Artikel 53a WWB- Verstrekking en onderzoek gegevens Onverminderd artikel 30c, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, bepaalt het college welke gegevens ten behoeve van de verlening van bijstand dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt. Het college is bevoegd onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zonodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van bijstand. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft kan het college besluiten tot herziening van de bijstand. Noten (1) 24 november 2009 en 30 maart 2010 (2) LJN BA2410 (3) LJN BK4060, BK4063, BK4064, BL9567 (4) LJN BA2410, BK4057, BK 4059 (4) LJN BL0984 en LJN BM8044 (5) LJN BK4057

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel